Instellingen voor afdrukrichting specificeren

U kunt op de werkbalk gebruikmaken van het menu Richting om aan te geven of de vellen een verticale of horizontale lay-out hebben.
    Belangrijk:
  • Als u via de werkbalk de afdrukrichting wijzigt, wordt de instelling Richting in het deelvenster Opmaken ook bijgewerkt.

  • De beschikbare opties voor de instelling van de afdrukrichting zijn afhankelijk van het geselecteerde papier voor de taak. U kunt de afdrukrichting niet wijzigen als de instelling Automatisch wordt gebruikt voor het taakpapier.

Ga als volgt te werk om de afdrukrichting voor de taak te specificeren:
  1. Klik op de Richting-knop, de knop Richting, op de werkbalk.
    Richting Menu
  2. Selecteer een van de beschikbare opties voor de afdrukrichting:
    • Staand: Hiermee krijgen de vellen een verticale lay-out.
      Staand
    • Liggend: Hiermee krijgen de vellen een horizontale lay-out.
      Liggend
    Belangrijk: De afdrukrichting van de inhoud van het vel is afhankelijk van het impositietype en de specifieke impositie-instellingen van de taak.